Wat een slome slak al niet kan doen…

‘Wie na gym als laatste is aangekleed, is de slome slak,’ zei mijn zoon van zeven laatst plompverloren tijdens het avondeten. ‘Ik ben een keer de slome slak geweest, maar nu niet meer.’ Jeetje, ging het door me heen. Gaan zijn klasgenootjes zó met elkaar om? Maken ze elkaar uit voor slome slak als iemand wat langer de tijd nodig heeft om zich aan te kleden? Daar schrok ik best wel van. Het bleken niet zijn klasgenootjes te zijn…

Zegt de meester dat!?

Zoals gewoonlijk als ik oordelen hoor, vroeg ik aan mijn zoon wie hen ‘slome slak’ had genoemd. ‘Meester,’ zei mijn zoon. Nu schrok ik écht. Maakt de meester kinderen uit voor slome slak als hij wil dat ze zich sneller aankleden? ‘Ja, want hij wil om 13.00 uur terug zijn op school, anders staan alle papa’s en mama’s te wachten.’

Nu werd het me duidelijker. ‘Oké, zei ik, dus uit respect voor de tijd van de ouders wil hij dat iedereen zich zo snel mogelijk aankleedt om om 13.00 uur op school te kunnen zijn?’ ‘Ja’. ‘Maar waarom zegt hij dat dan niet?’ riep ik vertwijfeld uit. ‘Dat is toch wat hij écht wil? Dan hoeft hij kinderen toch geen slome slak te noemen? Dan is het toch veel duidelijker voor iedereen?’

Dat was natuurlijk geen vraag om aan mijn zoon te stellen. Hij begon zijn meester dan ook te verdedigen. ‘Als iemand het niet leuk vindt of gaat huilen, dan stoppen we ermee,’ verdedigde hij de maatregel. Ik was verontwaardigd. Alleen als kinderen verdrietig of boos worden, stopt het veroordelen. Terwijl ze nu al angst ervaren bij het idee om als laatste klaar te zijn. Dat bleek wel toen mijn zoon vertelde dat een jongen uit zijn klas vals speelde.

Vals spelen uit angst

‘Pieter trekt geen sokken aan en dan is hij sneller aangekleed,’ zij mijn zoon over de ‘valsspeler’. Hij was oprecht verontwaardigd, ik geschokt. Uit angst om voor slome slak te worden uitgemaakt, kleedde deze jongen zich niet helemaal aan? En dat in de herfst? Wat had Pieter geleerd dat hij dit deed? Dat anderen gehoorzamen belangrijker is dan voor jezelf zorgen? ‘Hij noemt zichzelf dan snelle cheeta’, vervolgde mijn zoon nog altijd geïrriteerd. Deze uitspraak schokte mij des te meer.

Ik moest denken aan de lezing van opvoedcoach en trainer Justine Mol laatst op school. Ik dacht aan hoe zij één voor één de effecten van straffen en belonen had opgesomd. De effecten die docent en auteur Alfie Kohn in zijn boeken beschrijft (zoals Punished by rewards). Eén daarvan is dat straffen en belonen (en dat is het positief of negatief veroordelen van kinderen net zo goed) verlammende competitie in de hand werkt. Dat zag je nu gebeuren. Kinderen doen er alles aan om maar geen slome slak te worden genoemd. Ze zorgen zelfs minder goed voor zichzelf en spreken vervolgens een positief oordeel over zichzelf uit, waarmee ze zich eveneens afzetten tegen anderen. Is dat wat we kinderen willen leren? Dat je met anderen moet wedijveren en je anderen moet veroordelen om jezelf beter te voelen?

Het kan ook anders

Ik merk dat er bij mij verdriet opkomt nu ik hierover schrijf, want voor mij is het zo belangrijk dat iedereen – ongeacht zijn leeftijd, levenswijze, geloof of huidkleur – als mens wordt gezien en gewaardeerd. Ik verlang naar een wereld waarin niemand in angst hoeft te leven voor de oordelen van anderen. Ik weet ook dat je dat voor een groot deel zelf in de hand hebt.

In plaats van oordelen persoonlijk te nemen en je bang of gekwetst te voelen, kun je – ook als kind – leren door de woorden van iemand heen te horen wat hij werkelijk wil zeggen. Ik vertelde mijn zoon daarom dat de uitspraak van meester niets zei over hen als leerlingen, maar dat de man waarschijnlijk geen betere manier weet om aan te geven dat het hem om respect gaat.

Leren in verbinding

Toch raakt het me als ik hoor dat kinderen vanuit angst voor straf dingen doen of laten en daarmee de verbinding met zichzelf verliezen. Ik zou namelijk zo graag willen dat ze in verbinding blijven met zichzelf en van daaruit contact maken met anderen. Dat ze leren hoe ze met plezier kunnen bijdragen aan het verrijken van het leven van de mensen om hen heen. Namelijk door vanuit innerlijke motivatie acties te ondernemen die in de behoeften van deze mensen voorzien.

Om te kunnen begrijpen hoe ze ons leven mooier kunnen maken, hebben kinderen het nodig dat we als volwassenen helder zeggen wat we willen. Als meester had gezegd dat het hem om respect ging en wat hij graag zou willen om respect te kunnen ervaren, dan hadden de kinderen geleerd hoe respect er voor hem uitziet en hoe ze aan het vervullen van deze behoefte zouden kunnen bijdragen. Dan hadden ze zich met zijn intentie kunnen verbinden en ernaar kunnen handelen met hetzelfde plezier als dat van een kind dat de eendjes voert.

Ik weet niet zeker of mijn zoon de werkelijke boodschap van zijn meester al heeft kunnen horen. Vanochtend was papa een keer als laatste klaar met tandenpoetsen en zijn schoenen aandoen. Eén keer raden hoe hij door onze zoon hem werd genoemd…

Om privacy redenen zijn de namen gefingeerd en is de jongen op de afbeelding niet mijn zoon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s