Ik ben toch geen racist?

Toen ik laatst op het Journaal hoorde dat Nederland er van de Verenigde Naties (VN) flink van langs had gekregen in een rapport over racisme in Nederland en dat het wat betreft Zwarte Piet echt anders moet, voelde ik me opstandig en verontwaardigd. Ik ben toch geen racist omdat ik een volksfeest vier waarmee ik ben opgegroeid en waarmee ik helemaal niet de intentie heb om anderen te kwetsen? Het woord Zwarte Piet heeft helemaal geen link voor mij met uitbuiting en onderdrukking van zwarten door blanken.

Zwarte Pietenfeestje

Wie schetst mijn verbazing toen mijn zoon van zeven de volgende ochtend over Zwarte Piet begon, terwijl de pepernoten nog niet eens in de winkels lagen!  Ik bracht hem weg naar een verjaardag van een vriendje toen hij doodleuk begon te vertellen dat op het zwarte pietenfeestje in het zwembad van zijn vriendje de zwarte pieten het licht hadden uitgedaan en dat toen het licht weer aanging, er allemaal eendjes in het bad lagen. ‘Leuk hè, van die zwarte pieten?’ voegde hij er nog aan toe. Ik voelde me hoogst ongemakkelijk. Moest ik tegen mijn zoon zeggen dat hij geen Zwarte Piet meer mocht zeggen? Maar hij gelooft nog in Sinterklaas, hoe doe ik dat?

Blanke rozijnen

Toch voelde ik me laatst in de supermarkt ongemakkelijk toen ik een vrouw met een hoofddoek, die op zoek was naar rozijnen die in de aanbieding waren, uitlegde dat de blanke rozijnen duurder waren dan de gewone (bruine). Voor mij heeft het woord ‘blanke’ een link met (mijn) huidskleur en maakt het een waarderend onderscheid. Heel anders is het voor mij als ze ‘gele’ rozijnen worden genoemd. Voor mij is dat een stuk objectiever, want in mijn beleving zijn ze ook geel. De vrouw met hoofddoek maakte volgens mij dat onderscheid helemaal niet. Ze was blij dat ze de goedkoopste rozijnen had en bedankte me vriendelijk.

Rainbow nation

Was hetzelfde me overkomen bij iemand met een donkere huidskleur, dan had ik me waarschijnlijk nóg ongemakkelijker gevoeld. Ik moest denken aan mijn tijd in Zuid-Afrika en aan de scheiding tussen ‘zwarten’ en ‘blanken’ die gebaseerd was op wederzijds wantrouwen en angst. Ik had daar toen in 1998, als Nederlandse van begin twintig, geen last van en begaf me onbekommerd in de township Kathores, waar tot die tijd nog maar één blanke Zuid-Afrikaanse had rondgelopen. Terwijl ik er rondliep, ervoer ik geen vijandigheid, geen wantrouwen of onveiligheid. Wat me diep ontroerde was een man die, hoewel ietwat beschonken, uitroep: ‘Welcome, we are the rainbow nation!’ Er sprak dankbaarheid en een groot verlangen naar verbondenheid en saamhorigheid uit.

Ik durf te zeggen dat onze onbevangen, open en onbevooroordeelde houding ertoe heeft bijgedragen dat we elkaar accepteerden, ondanks dat mijn huidskleur ongetwijfeld pijnlijke herinneringen bij hen naar boven moet hebben gebracht. Deze mensen waren op zoek naar verbinding en saamhorigheid en waren op deze manier in staat mij als mens te zien.

Tóch gekwetst

En toch… de grondlegger van Geweldloze Communicatie Marshall Rosenberg zei niet voor niets dat we onze dagelijkse manier van praten vaak niet zien als gewelddadig, maar onze woorden en ons gedrag vaak leiden tot pijn, voor onszelf of voor anderen. En dat is het juist. In onze gebruiken en ons dagelijkse doen en laten hebben we vaak helemaal niet de intentie om anderen te kwetsen en pijn te doen. En toch voelen anderen zich gekwetst.

Wat te doen?

Wat in eerste plaats helpt, is onszelf niet veroordelen. Dat werkt alleen maar averechts. Laten we onszelf dus niet vertellen dat we racisten zijn of dat we zeuren. Laten we objectief blijven en uitgaan van de feiten in plaats van dat we uitgaan van subjectieve meningen. Want in dat laatste geval blijven we oeverloos discussies voeren tot we erbij neervallen. Als we uitgaan van dezelfde feiten, vinden we elkaar en kunnen we verbinding tot stand brengen.

Wat zijn objectieve feiten?

Een voorbeeld van een objectief feit is: ‘Ik hoorde je zeggen: “jij bent een racist”.’ Het is een feit omdat alle aanwezigen met hun oren hebben kunnen horen dat het werd gezegd (de mening zelf is uiteraard geen objectief feit). Als we uitgaan van dit feit en vervolgens kijken naar wat dit met ons doet, blijven we uit de discussie. We zoeken dan namelijk naar datgene waar het écht om gaat en wat maakt dat we ons zo voelen: onze behoefte aan respect, acceptatie of begrip. We kunnen ook horen welke behoefte iemand met zijn uitspraak probeerde te vervullen. Als we zó naar elkaar luisteren, zijn we in staat verbinding tot stand te brengen en tot oplossingen te komen waar we allebei op zijn minst mee kunnen leven of die zelfs het leven voor ons allebei mooier maken.

Klinkt onrealistisch?

Marshall Rosenberg droeg, samen met vele Geweldloze Communicatie trainers over de hele wereld, op deze manier bij aan vele vredesbesprekingen en het oplossen van conflicten wereldwijd. Ook in Zuid-Afrika. Dus laten we, net als die man in de township, in het contact met elkaar streven naar verbinding en saamhorigheid. Want zeg nou zelf: zijn we dat in ons hart niet allemaal op zoek naar verbondenheid?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s